Word lid!
Nieuws
22
augustus

20 augustus, Oude Bildtpollen – Oost

20 augustus, Oude Bildtpollen – Oost

KLABAOOOEEEM …. verd…. wat een knal. Het zal toch niet?

Een ieder heeft het druk of is met vakantie. De 4 uren door het slik en door hoge zeeaster begroeiing ploeteren mag alleen gedaan worden. Tussendoor de vogels tellen. Gelijk een flinke test of mijn knie het gaat volhouden die tijdens een bergwandeling in Duitsland overbelast raakte. De heftige SLAYERRR-pit van vorige weekend heeft ie overleeft maar dat is een andere discipline.

De excursie van morgen in het Lauwersmeer voor Stichting Doen gaat niet door wegens te weinig deelname. De planning omgegooid en vandaag naar de FFF soortendag in de Deelen. De weersvoorspelling en de blessure deden me opnieuw de planning omgooien en dus besloot ik om vandaag de wadvogeltelling uit te voeren. Het is me niet duidelijk waarom de FFF de soortendag op dezelfde dag als de maandelijkse FFF/SOVON wadvogeltelling hebben georganiseerd.

Boekhouding
Om 10.15 uur ben ik op locatie bij Oude Bildtzijl. Heerlijk weer dus geen regenkleding of dikke kleren aan. Uiteraard de laarzen aan en voor alle zekerheid een plasticzak in de rugzak voor de telescoop in geval van nattigheid. Tijdens het gereedmaken van de uitrusting vliegt er iets aan me voorbij. Verrek, dat is leuk, een op trek zijnde juveniele koekoek. Het dier vliegt de tuin in bij de vlakbij gelegen boerderij. Zodra ik de zeedijk over stap hangen er 3 torenvalken voor me. Een bruine kiekendief en buizerd zweven boven de kwelder, putters vliegen kwetterend over me heen. Vlak voor ik door het hek stap om de kwelder op te gaan stop ik even. Een blik in de slenk naast me levert een oeverloper op. Een tapuit vliegt op. Achter me bij de zeedijk is iets gaande, de boerenzwaluwen alarmeren. Ja bingo. Een sperwer landt op het hekwerk maar schrikt op van een naderende torenvalk. Het volgende geluid dient zich aan. Er vliegen 4 gele kwikstaarten over me heen. Oké dan, eerst de boekhouding maar doen. Daarna het klembord bij mijn broeksriem in voor snellere notities en op weg.

Spitsuur
Het klembord dient tevens om het schrikdraad naar beneden te drukken zodat ik er zonder elektrocutie overheen kan stappen. ‘Su-wiet’. Halverwege de tocht naar de kustlijn stappen er 2 witgatjes en een tureluur in de evenwijdig lopende slenk alvorens op te vliegen omdat meneer de teller gaat passeren. Voor de 3e maal druk ik een schrikdraad naar beneden en stap het veld in vol bloeiende zeeaster. Dit deel grenst aan de kustlijn. Hier moet ik een positie zoeken om de wadvogels te tellen. Vanaf links nadert er een roofvogel. Het dier komt vlak over me heen en kijkt me aan. Een adulte man havik. De zeeaster is nat en reikt eerst tot mijn knieën en levert natte broekspijpen op, daarna tot mijn heupen en levert een natte z.. op. Als ik het gebruikelijke telpunt bereik zie ik geen donder van de vogels. Ze zijn er wel degelijk aan het geluid te horen die de duizenden bonte strandlopers maken. Stukje verder nog … voorzichtig … geen verstoring veroorzaken. Meeuwen zie ik als eerste. Rond 12-en is het hoogwater (HW 125 cm). Nu, nog voor 11-en, staat het water al retehoog. De zeeaster reikt nu tot schouderhoogte. Kop intrekken, telescoop intrekken en nog een stuk verder sluipen. Positie innemen. Telescoop langzaam omhoog, kopke langzaam omhoog. Wow, mooi. De steltjes, heel veel steltjes zitten lekker dichtbij. Helaas kan ik alles lang niet zien omdat het zicht me wordt ontnomen door de begroeiing. Het water komt echt snel opzetten, waardoor de vogels constant opvliegen en nieuwe foerageer posities zoeken. Snel een scan zodat ik weet welke soorten er zitten en doe een percentageschatting van de hoeveelheden per soort. Uiteraard vele bontjes. Daartussen enkele krombekstrandlopers die al aan het ruien zijn waarvan de mannetjes nog roodbruin van het broedkleed vertonen. Daarachter zitten kanoetstrandlopers, veelal juveniele dieren. De adulte vogels trekken meestal eerder door naar warmere oorden. Zilverplevieren, steenlopers, scholeksters, tureluurs en een grutto. Niet alleen het opkomende water zorgt voor onrust. Ook een aantal grote mantelmeeuwen zorgt voor constante alertheid en paniekvluchten. Tijdens die vluchten tel ik de vogels en bedenk er aantallen per soort bij. De zilverplevieren vliegen apart van de enorme wolk steltlopers. Dat is handiger. Bergeenden vanuit west trekken langs. Iets hoger vliegen 13 lepelaars die ook vanuit west opstegen. Het water rukt nog verder op. Oh ja die bontbekpleviertjes moeten ook nog in de boekhouding. Hey, de aalscholvers verzamelen zich op de rijstpaaltjes, handig. Meeuwen, vele meeuwen van verschillende soorten …. Spitsuur. … en opeens is er vrijwel geen vogel meer te zien. Of weggejaagd door het opkomende tij of aan het foerageren vlak achter de zeeaster jungle.

Dressuur
Dat was even aanpoten. Tijd voor een stuk brood en daarna een stuk terug en vervolgens richting west lopen naar het eindpunt van het telgebied. Als een dressuurpaard met opgeheven knieën stap ik door het gebied. Het lichaam is warm, sterker nog het zweet loopt in straaltjes over mijn rug. Geen of nauwelijks last van mijn knie juist vanwege die warmte. De jas kan uit. Lekker doorstappen door de hoge aster en grassoorten. Er zweven constant 2 bruine kieken boven de kwelder. Er zit ook nog 1 op een paal voor me. Het dier vliegt op want meneer de teller gaat passeren. Ook een torenvalk en buizerd van Bumo type 7 (vrijwel geheel wit verenkleed) moeten wijken.

Woeshhh
Na een flikse wandeling van krap aan anderhalf uur bereik ik het eindpunt en plof neer in het veld om weer even bij te tanken middels eten en drinken. Van korte duur want het begint te spetteren. Jas aan, plasticzak over de telescoop. De bui is niet hevig en van korte duur. Opnieuw geen ruk te zien door de asterjungle, loop er doorheen en eraan voorbij zodat ik zo’n beetje op het wad sta en een flink stuk van de kustlijn kan zien. Ontiegelijk veel vogels maar echt tellen doe ik niet meer. De bulk van de steltlopers heb ik in het begin al meegenomen Het is me meer te doen om enkele apartere soorten zoals de 2 groenpootruiters, de 2 oeverlopers, de 3 wintertalinkjes, de 6 bontbekpleviertjes. De kok- storm– en zilvermeeuwen krijgen nog wel een telbeurtje. Het is iets over 1-en. Nu dat pokken eind nog teruglopen naar de auto. Na een half uur ben ik boven op de zeedijk en loop in oostelijke richting naar de auto als er plots een knal weerklinkt. Onweer, moet dat nou. Rechts, binnendijks, is het zwart en links is blauwe lucht met witte wolken te zien. Getsieherrie, het begint nu te spetteren. Met onweer boven op de zeedijk lopen lijkt me niet het meest verstandigste. De tocht wordt vervolgt benedendijks aan de kwelderzijde en pik zo nog een witgat mee die in de slenk foerageert. De spetters gaan over in iets wat op een bui lijkt. Boven me wordt het alsmaar donkerder. Mmmm, de jas maar aan en de plasticzak over de telescoop en weer door. Achter me hoor ik een bekend geluid. Shit, daar komt een stortbui aanrazen. Nergens is dekking. Geen keus, niet zeuren en ondergaan. Woeshhh … hatsikidee daar is het al. Met name mijn rechterzijde is in mum van tijd kletskleddernat. Bij de auto aangekomen is het droog. De druipende jas uit, de pet af en ….. even zitten.

Warmere oorden
De telling van gebied Noarderleech binnendijks moet ook nog maar is vanuit de auto meestal in een uurtje gepiept en stelt niet zoveel voor in vergelijking met buitendijks. Zodra ik door het geopende hek van het gebied ben gereden zie ik tot mijn verbazing dat de waargenomen koekoek van vanmorgen nog ter plaatse is. Het verregende jonge dier zit tussen de paarden op een paaltje of draad en doet uitvallen naar de grond waar schijnbaar iets eetbaars te vinden is. In de auto heb ik het fototoestel voor handen maar krijg het dier er niet goed op vanwege de afstand. Een bewijsplaatje. Thats it. Na een kwartiertje gaat de koekoek verder richting Afrika. Goeie reis en wellicht tot kiekes! Kieviten, een flinke groep goudplevieren, houtduiven en kraaien, plus een eerste spreeuwenwolkje komen in de boekhouding. Een groepje van 10 gele kwikken trekken ook langs de zeedijk op naar warmere oorden. Mijn overbelaste knie heeft de zware kwelder discipline redelijk doorstaan. Gezeur vergeleken met wat trekvogels moeten doorstaan. Een reis van 1000-en kilometers naar Afrika, 2x per jaar. Dat is pas een zware en heftige discipline.

Tekst/ foto: Meino Zondervan

Share
Verslagen 0 Reacties

Gerelateerde berichten

Reacties