Word lid!
Nieuws
22
mei

Excursie Vogelwacht Marssum – De Schaopedobbe (20-05-2018)

Excursie Vogelwacht Marssum – De Schaopedobbe (20-05-2018)

‘Hij heeft er 1!’ Hoor ik ineens iemand roepen. Huh, waar gaat dit over? ‘Ja, die slangenmeneer, hij bukte en pakte wat’. Oei, ik zie hoopvolle gezichten, zou het waar zijn?

Op 1e pinksterdag staat de jaarlijkse excursie van Vogelwacht Marssum op het programma, georganiseerd door Meino Zondervan. Meino gaat, na deze excursie, gelijk door naar een natuurvakantie in Polen. Vandaar dat ik deze keer een verslag voor het jaarboekje van de Vogelwacht schrijf. Meino heeft voor de excursie een slangenexpert uitgenodigd in de persoon van Jelmer Groen. Dat klinkt spannend en de belangstelling voor dit uitje is dan ook overweldigend. Er vertrekken vanuit Marssum 4 auto’s en er zijn ook nog 2 auto’s die rechtstreeks naar de bestemming rijden. We gaan naar de Schaopedobbe in de buurt van Appelscha. Meino rijdt zelf niet. Zijn auto heeft een hardhandige ontmoeting met een haas gehad, met flinke schade tot gevolg. Van de haas werden alleen wat plukken haar terug gevonden… Sneu verhaal. Het is de 4e keer dat ik mee ga en zoals gebruikelijk is het weer een stralende dag. Nou ja, onderweg wordt het ineens bewolkt, maar als we aankomen, prikt de zon er weer doorheen. Hessel staat al met Brent en Stijn op ons te wachten. Marcel en Hugo, die er ook al zouden zijn, blijken ergens anders te staan. Dankzij de mobiel, maken ze al gauw de groep compleet. Het is erg leuk om de bekende deelnemers aan deze excursie weer te zien.

Verboden toegang
Ok, we kunnen los of toch niet? Er is een lint gespannen en wat staat daar precies voor tekst op het wandelbordje? O nee, het gebied is nu afgesloten vanwege de vogelbroedtijd. En nu? Gelukkig blijkt er een pad min of meer aan de buitenkant van het heideterrein langs te lopen. Ook prima! Jelmer heeft ontheffing om het gebied wel in te gaan, omdat hij regelmatig oa. slangen inventariseert. Hij heeft laarzen aan en een paar enorme handschoenen en gaat proberen een slang voor ons te zoeken. Afwachten dus… Wij gaan aan de wandel en kijken wat we onderweg voor moois tegenkomen. Zoals altijd zoeken Meino en ik gezamenlijk naar bijzondere beestjes, natuurlijk geholpen door iedereen die mee is. Kinderen zijn ook erg goed in het vinden van klein grut. We komen langs een plas waar het wemelt van de insecten. We stoppen om te kijken wat er allemaal vliegt. Veel libellen. De viervlekken gaan er mooi voor zitten maar er vliegen ook zeldzamere noordse witsnuitlibellen tussen. En natuurlijk ook veel juffers. ‘Hee, een meikever.’ Die zijn altijd zo leuk met hun antennes op hun kop. En wat is dat voor een bruin vlindertje? Terwijl Meino wat aan het vertellen is over libellen verbaas ik me over het aantal toehoorders. Waar is iedereen? Ze zijn allemaal al verderop op ontdekkingstocht. Een paar kinderen heeft het tempo er flink ingezet en de rest is gevolgd. Matthijs wordt gebeld of ie weer even met de groep terug wil komen, want zo lopen we overal voorbij. Meino pakt zijn libellenkaart erbij en vertelt over de grotere helikopters (libellen) en de gekleurde stokjes (juffers). Ook telt hij de vlekken in de vleugels van de viervlek. 1,2,3,4 … aan de ene kant en hetzelfde aantal aan de andere kant. Hmmm, een deel van het publiek vraagt zich af waarom ie niet gewoon de achtvlek heet. Tja, niet alles is altijd even logisch.

Mooie mannetjes
O ja, die bruine vlinder. Matthijs checkt op zijn telefoon of het misschien de bruine vuurvlinder is. Check! Leuk, de eerste weer voor dit jaar. Even verderop horen we in het riet een luide, volgens het vogelboek hinnikende, roep. Het is het geluid wat de dodaars in broedtijd maakt. Deze kleinste futensoort is vrij schuw en hij komt dan ook niet te voorschijn. Gelukkig heeft Wouter, die vandaag zijn vader assisteert, het vogelboek in de rugtas. De dodaars wordt opgezocht zodat iedereen kan zien wie die ‘herrie’ maakt. ‘Kijk, daar vliegt een grote keizerlibel! Voor ons ook weer de eerste waarneming van dit jaar. Het is de grootste libellensoort van Nederland. Ook veel parende juffers. Ik weet een een paringswiel van azuurjuffers in de eikenboom vast te leggen. Deze eik heeft nog bladeren maar we hebben er ook veel gezien die helemaal kaalgevreten zijn door de rupsen. O ja, die bladeren aan de bomen zorgen er ook voor dat we niet heel veel vogels zien. We horen ze uiteraard wel: de geelgors horen we overal en ook de grasmus zit op verschillende plekken. Af en toe horen we een ‘snelle merel’: de tuinfluiter. De raaf laat zich een paar keer horen: kor, kor, kor. Als we de roep van de roodborsttapuit horen, ontdekken we die in de top van een struik. De gele kwikstaarten laten zich wel heel mooi zien. Op een omgeploegd stuk land zit een paartje waardoor je de verschillen tussen man en vrouw heel goed kan zien. Uiteraard is het mannetje het mooist. Daar is dit, overwegend mannelijke, gezelschap het roerend over eens.

Vliegend gif
In het open bloemrijke stuk waar we nu lopen, fladderen allemaal kleurrijke vlinders. Een van de opvallendste, is een rood met zwarte vlinder. Hij zit toevallig op het giftige jacobskruiskruid. Daar heeft hij zijn naam aan te danken: het is de Sint-Jacobsvlinder. Dit is de plant waar de vlinder zijn eitjes op gaat leggen. Er komen dan opvallende geel met zwart gestreepte rupsen te voorschijn. Voor de rupsen is de plant niet giftig maar de felle kleuren zijn een waarschuwing voor andere dieren: eet mij niet! Het gif wordt geconcentreerd doorgegeven aan de vlinder, die daardoor ook oneetbaar wordt. Meino vertelt dat het een dagactieve nachtvlinder is. Dit zorgt voor enig consternatie onder de toehoorders. ‘Wat is dat nou weer?’

Roekoekoe
Als ik even later achterom kijk, staat een deel van de groep door de kijkers te turen: Een witte buizerd in een boom. Sommige van de kinderen weten het beest, ondanks de enorme afstand, nog verbazend goed vast te leggen. We zien een rood vlindertje: de kleine vuurvlinder. Een jongetje roept dat hij net zo’n vlindertje in het blauw heeft gezien. En ja, daar zit een blauwtje. Thuis blijkt het een icarusblauwtje te zijn. Te herkennen aan het stippenpatroon aan de onderkant van de vleugels. Een stukje van de route loopt over de hei. Er schieten een paar levendbarende hagedissen weg. Ze zijn ons te snel af. Een oeverlibel en een smaragdlibel poseren nog even mooi voor de foto. Wat horen we daar voor vreemde vogels? Het geluid komt uit een enorme den. Er zitten drie grote vogels in die ‘roekoekoe, roekoekoe’ roepen. Huh, duiven van dat formaat? Het blijken drie boomklimmers te zijn met een grote grijns van oor tot oor. Als de jonge klimmertjes weer zijn afgedaald lopen het bos in. Op een boomstam zien we een enorme kever (met de naam kleine poppenrover) een rups verorberen. De kinderen gaan er met de neus op staan om dit even goed te bekijken. We komen uiteindelijk weer bij een lint uit en mogen niet afslaan richting auto’s. Op de gps zien we dat we geen rondje kunnen maken. Ok dan, rechtsomkeert en de zelfde weg terug in een wat hoger tempo dan de heenweg. Op de plek van de gele kwikstaarten, zit nu weer een leuke vogelsoort: een tapuit. Als we het meertje weer passeren roept Meino: ‘Eerst eten anders ga ik dood!’ O jee, nou dan maar eten. Pauze op een prachtige plek.

De rode handschoen
Jelmer loopt inmiddels al uren te zoeken, maar door de warmte kan hij maar geen adders te vinden. Dan hoor ik één van de jongens roepen: ‘Hij heeft er 1!’ ‘Meino kijk es op je telefoon!’ ‘Ja, bingo jongens. Hij heeft er inderdaad 1!’ Ineens stijgt de adrenaline en lopen we snel verder. Jelmer zit een eind verderop op zijn hurken op het pad en heeft iets onder zijn enorme rode handschoen. Gespannen gezichten kijken naar die plek op de grond. De hele excursie hebben we geduimd dat Jelmer een slang zou vinden. Jelmer zelf vertelt dat hij ook een enorme druk voelde en is natuurlijk ook heel opgelucht dat het op het laatste moment toch gelukt is. Hartstikke bedankt Jelmer! Wat een geweldig hoogtepunt. De handschoen gaat van het beestje af en de fototoestellen ratelen. Jelmer vertelt allemaal wetenswaardigheden. Het is een vrouwtje van waarschijnlijk een jaar of 3. Ze heeft mooie intense kleuren en is waarschijnlijk niet lang geleden verveld. O ja, Jelmer heeft ook een slangenhuid gevonden. Verschillende kinderen zouden die graag willen hebben. Hij wordt verloot met een superblije eigenaar tot gevolg. Jelmer meet de slang (52 cm) en neemt DNA af. Dit doet hij door een staafje door zijn bek te halen en het vervolgens in een buisje op te slaan. Dit wordt naar een laboratorium gestuurd. ‘Ik heb ook een soort van laboratorium thuis!’, een jongetje biedt enthousiast zijn hulp aan. Ha, ha, geweldig! Er komt ook nog een opgedroogd reptiel uit de jaszak van Jelmer: een mannetje van de levendbarende hagedis. Ook hier hebben de kinderen wel belangstelling voor. Maar deze wordt door Jelmer opgestuurd voor onderzoek naar de doodsoorzaak van hagedissen.

Bandietenmasker
O ja, nog helemaal vergeten te vertellen over de meest bijzondere vogel die we gelijk al in het begin van de excursie zagen. Op de terugweg zit de vogel weer op precies dezelfde plek. Hij zit op behoorlijke afstand vrij bovenin een dennenboom. Een witte vlek. De kijker erop. Een lichte voorkant met een zwart bandietenmasker. Een klapekster? Deze hebben we wel vaker hier gespot. Dit is een vogel die normaal gesproken alleen in de winter hier is: een wintergast dus. Heel vroeger hebben ze wel hier gebroed. De klapekster behoort tot de klauwieren. In de zomer komt zijn ‘broertje’ de Grauwe klauwier naar Nederland. Van dichtbij zijn ze gemakkelijk te onderscheiden maar op deze afstand valt dat niet mee. We zien de vogel alleen van de voorkant. Door de volle zon lijkt hij waarschijnlijk lichter dan dat hij is. Achteraf blijkt toch dat het een grauwe klauwier is. Gaaf! Een bijzondere waarneming.

Terug op de parkeerplaats is het nog tijd voor de jaarlijkse groepsfoto. Het is na deze mooie dag, met als knallende afsluiter de adder, geen enkel probleem een tijdje naar fotograaf Matthijs te grijnzen. Als we na een hele reportage weer naar de auto slenteren, zegt Matthijs, terwijl hij op het schermpje van zijn camera kijkt: ‘O nee, belichting verkeerd!’ Zucht… Nog een keer? ‘Grapje’, grinnikt Matthijs. Na elkaar bedankt te hebben voor de mooie excursie, stappen we opgetogen weer in de auto’s. Het was weer erg geslaagd.

Tekst en foto: Linda Veeman

Share
Jeugd / Verslagen 0 Reacties

Gerelateerde berichten

Reacties